Uit TheaterEncyclopedie
(Doorverwezen vanaf Joop Jurgens)
Ga naar: navigatie, zoeken

Johannes Jurgens 3.jpg

NaamJohan Jurgens
Volledige naamJohannes Jurgens
Geboortedatum4 juli 1857
Geboorteplaats Amsterdam
Overlijdensdatum31 augustus 1922
Overlijdensplaats Amsterdam
BeroepActeur, Regisseur
DisciplineToneel
VIAF-profiel282795427

Biografie

Johan Jurgens (1857-1922), meestal geregistreerd in de Productiedatabase als Joop Jurgens was een Nederlandse acteur en regisseur.
Hij begon zijn loopbaan in 1875 bij Jan Grader op de Schans. Hij mag een zeer honkvast acteur genoemd worden, want na 1882 speelde hij tien jaar bij Abraham van Lier en twintig jaar bij Gustave Prot jr. Bij dat laatste gezelschap, waar hij ook als regisseur in dienst was, vierde hij op 15 november 1900 zijn 25-jarig jubileum als vader Martin in "Martin de kruier", een rol die hij jarenlang had vertolkt. Enkele jaren na de opheffing van Prots gezelschap kwam hij bij Herman Heijermans, waar hij tot zijn dood bleef spelen. Hij trouwde in 1882 met Catharina (Toos) Huysers, die in haar jonge jaren ook aan het toneel was.

"Het verhaal van onze groot- en overgrootouders"

Catharina Jurgens-Huysers werd in 1862 geboren in Amsterdam. Zij stamde uit een oud Amsterdams toneelgeslacht waarvan ook Louis Bouwmeester een telg was. Hij werd geboren uit een buitenechtelijke relatie van de acteur Louis F.J. Rosenveldt* (de opa van Catharina) met de actrice Louisa Bouwmeester. Als het aan de vader van Catharina - Leendert Huysers - had gelegen was Louis Bouwmeester nooit uitgegroeid tot de grootste acteur van zijn tijd; Na zijn eerste optreden kreeg Louis achter de coulissen een trap tegen zijn achterste van Leendert. 'Ruk uit, ezel! Jij leert 't nooit!' zou hij daarbij gezegd hebben, althans volgens Corrie Verkerk in een stukje in het Parool van 3 juli 1998.
Catharina werd ook actrice of gewoon toneelspeelster zoals ze dat toen noemden. Ze werd zeer vrij en niet burgerlijk opgevoed en stond al op zeer jeugdige leeftijd op het toneel. Thuis werd Frans gesproken, zoals toen gebruikelijk in toneelkringen.
Toen ze 20 was werd Catharina zwanger van haar chaperonne Johan Jurgens. Kennelijk tilde hij niet al te zwaar aan zijn beroepseer en heeft zij hem er niet aan herinnerd. Van haar ouders hoefde ze niet met Johan te trouwen als ze niet van hem hield. Maar de twee waren dol op elkaar. Twee maanden na de geboorte van hun eerste zoon Johan (Jo)- op 22 februari 1882 - traden ze in het huwelijk. Johan werd opgenomen in de oude theaterfamilie en begaf zich ook aan het toneel. Ze woonden in het huis van met de houten trap hoek Thorbeckeplein Herengracht. Na enige tijd verhuisden ze naar de Spiegelgracht 30. Daar kregen ze nog 5 kinderen, 3 dochters en twee zoons. Ze woonden er tot de dood van Johan in 1922.
Johan bleek een komisch talent en maakte furore als ‘het oolijke lid’ van het Prot-ensemble. Hij speelde in talloze kluchten in de Frascatie van Prot in de Plantage. Hij was een bekende figuur in die dagen. Het Theater Instituut Nederland heeft nog veel foto’s van hem.
Maar Johan bleef een jongen uit de burgerij en hoewel hij zelf toneelspeler was in hart en nieren veroordeelde hij toch de losse zeden die in de toneelwereld bon ton waren en waar hij zelf toch ook niet vies van was geweest. Hij zag er - ook gezien de lage gages - geen toekomst in voor zijn kinderen en verbood hen tot hun verdriet een carrière bij het toneel. Ze moesten vanuit die aparte sociale klasse waartoe theatermensen toen behoorden een burgerlijk bestaan opbouwen. De dochters ging dat redelijk goed af, ze hadden dat joie de vivre en lichtzinnigheid van het theatermilieu en waren in het ‘belle epoque’ voor veel heren uit de ‘betere stand’ aantrekkelijk.Temeer daar ze wat intellectuele bagage hadden en wisten hoe ze zich in die kringen - ze spraken een beetje Frans - moesten gedragen. Twee trouwden met een rijke man.
Johanna (tante Jo)woonde in en groot huis aan de Cornelis Schuytstraat, door haar ook wel de Keessie Scheitstraat genoemd - haar afkomst niet verloochenend. “Poepie wil op stand gaan wonen, “Poepie wil achter het museum wonen”, dichtte haar vader al. Hij bedoelde de dure buurt achter het Rijksmuseum die toen net gebouwd werd.
De derde, Cornelia (tante Cor), stortte zich op het amateurtoneel omdat het bloed kruipt waar het niet gaan kan en trouwde met een ambtenaar van Publieke Werken. Dankzij hun had PW een toneelclub die regelmatig uitvoeringen gaf. Een van de jongens, Henry, werd musicus, ging naar Engeland waar hij een succesvolle bandleider werd. De andere twee, Leo en Jo (onze opa) kozen een vak. Jo werd graficus/fotograaf. Hij ging werken bij drukkerij Bakker in Zaandijk. Daar ontmoette hij Johanna van Ginkel, hij viel voor haar eenvoud en degelijkheid die hij bij zijn zusters miste. Hij nam haar mee uit in Amsterdam in zijn stamcafé Populair in de Reguliersbreestraat. Op de groepsfoto die op hun trouwdag van de bruiloftsgasten werd gemaakt kun je mooi het verschil zien tussen de frivole toneelfamilie uit Amsterdam aan de ene kant en de stijve Zaankanters aan de andere.
Leendert werd bedrijfsleider en trouwde met tante Wies. Met Jo en Leendert zou het later minder goed aflopen.
Leo werd tijdens de bezetting gearresteerd door de SD omdat hij als zogenaamde verwalter bij Dikker en Thijs in het geheim de zakelijke en financiële belangen van de familie Dikker, die ondergedoken zat, was blijven behartigen. Leo, De zoon van Leendert en Wies, kon niet verwerken hoe zijn vader in de gevangenis werd behandeld en pleegde zelfmoord op 18 jarige leeftijd. De buurman vond hem zittend aan de keukentafel, hij had zich zelf vergast. De Duitsers hadden medelijden met Leendert en lieten hem vrij om zijn zoon te begraven. Drie maanden later stierf hij zelf aan bloedvergiftiging, opgelopen door wonden aan zijn benen als gevolg van de verhoren door de SD. Zo verloor Tante Wies binnen drie maanden haar zoon en echtgenoot.
Jo werd in 1944 gearresteerd omdat hij in zijn clichéfabriek Spectrum in Rotterdam clichés maakte voor het illegale Trouw. Waarschijnlijk in opdracht van de Acient Order of Foresters, een loge in Amsterdam waarvan hij sinds zijn 25e jaar lid was. Zijn dochter (Jopie Bouman-Jurgens) heeft op het laatste moment kunnen voorkomen dat hij werd geëxecuteerd door een verklaring van de huisarts te overleggen dat hij psychisch instabiel was. Zijn fabriek werd door de Duitsers gesloten en leeggeroofd. Via Amersfoort en kamp Vught kwam hij uiteindelijk in Buchenwald terecht. Toen de geallieerden naderden is hij tijdens de z.g dodenmarsen langs de kant van de weg doodgeschoten, waarschijnlijk omdat hij door uitputting niet meer verder kon. Een medegevangene die terugkwam heeft daarvan verslag gedaan aan de familie. Onlangs kregen we bericht van de Oorlogsgravenstichting dat op een monument in Salzburg zijn naam is toegevoegd.
Door toedoen van onze overgrootvader hield de toneeltraditie van deze tak van de familie, door onze vader ironisch de ‘nette tak’ genoemd (doelend op de succesvolle buitenechtelijke Bouwmeesterdynastie), op te bestaan. Gelukkig trouwde Gesina, de zuster Catharina (zie begin tekst), met de toen zeer bekende acteur Henri Poolman. Hun zoon, de latere acteur Louis Poolman, is de grootvader van actrice Anita Poolman, die nog steeds op de planken staat.
*De vader van Louis F.J. was de voormalige gardeluitenant Frederik Adriaan Rosenveldt die na zijn diensttijd besloot om bij het toneel te gaan. Hij werd onsterfelijk door in 1813 tijdens de Franse bezetting op het toneel van de Rotterdamse Schouwburg met een hoed met oranje linten te zwaaien onder de uitroep “Oranje boven”. Later redde hij in Amsterdam een kind uit het ijskoude water en duelleerde hij met een andere toneelspeler in het Leidse Bosje. Zijn geschilderd portret hangt in het trappenhuis van de Stadsschouwburg in Amsterdam en het Theater Instituut bezit een prachtige gravure van hem.

  • Bron: Marius Jurgens, achterkleinzoon van Johan Jurgens

Theater/Dans

Bronnen

Johan Jurgens