Hoogduitsche Schouwburg, Amsterdam

Uit TheaterEncyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Repro-g002097.000-1.jpg

Exterieur van de Hoogduitsche Schouwburg. Gravure door J.G. Schulz, 1792.
NaamHoogduitsche Schouwburg, Amsterdam
PlaatsAmsterdam
TypeTheatergebouw
ThemaToneel, Opera, Ballet
ArchitectAbraham van der Hart
Bouwjaar1790
Openingsdatum19 januari 1791

Informatie

Achtereenvolgens bekend als:

  • Hoogduitsche Schouwburg (1790-1852)
  • Grand Théâtre des Variétés (1852-1861)
  • Grand Théâtre (1861-1940)

Adres: Amstelstraat 21

Oorspronkelijk gebouwd als: Theater

Bouwjaar: 1790

Architect: Abraham van der Hart, in opdracht van de Hoogduitsche Tooneel Sociëteit

Opening als theater: 19 januari 1791

Openingsvoorstelling: Der Triumpf der Künste van J.A. Dietrich; Das Kind der Liebe van August von Kotzebue

Capaciteit: 1791: 800; 1875: 1100; 1905 : 667.

Soort voorstellingen: Treur- en blijspelen, operettes, vaudeville, opera, ballet

Geschiedenis

In 1790 richtte een aantal Duitse ingezetenen de Hoogduitsche Tooneel Sociëteit op, bestuurd door vier commissarissen, waaronder de consul van Pruisen. Het doel was een toneelgebouw te stichten ten behoeve van ‘hoogduitsche voorstellingen’. In de Amstelstraat bevonden zich voornamelijk wagenloodsen, paardenstallen, woonhuizen en drinklokalen. Na aankoop en sloop van enkele percelen, werd hier de Hoogduitsche Schouwburg gebouwd. De schouwburg was ruim opgezet: in de bak was ruimte voor 24 muzikanten en er schijnt een uitgebreide ondermachinerie te zijn geweest. Er waren brandblusmiddelen en voldoende nooduitgangen. Vooral het transparante doek van de ‘doorschijnende zaal’ maakte met de nodige lichteffecten diepe indruk op het publiek.

Abraham van Lier. Foto: Albert Greiner.
In 1852 nam Abraham van Lier het theater over, en veranderde de naam in Grand Théâtre des Variétés. De naam veranderde in 1861 na een kleine verbouwing in Grand Théâtre. Tijdens de grote verbouwing van de Stadsschouwburg op het Leidseplein (1872 tot 1874) traden de Vereenigde Toonelisten op in het Grand Théâtre, en na de brand van de Stadsschouwburg in 1890 vonden de Nederlandsche Toonelisten er gastvrijheid. Overigens hebben alle beroemde toneelspelers uit de tweede helft van negentiende eeuw in het Grand Théâtre gespeeld; ook internationale vedetten als Adelaïda Ristori, Eleonora Duse, Ernst von Possart en Sarah Bernhardt. In 1875 werd het gebouw van binnen en van buiten grondig verbouwd – waarna Abraham van Lier op 7 september (tijdens de feestelijke opening) met een fakkeloptocht van zijn theater in de Plantage naar het Grand Théâtre werd gebracht voor een uitgebreide huldiging. Na zijn overlijden in 1887 vormden zijn zoons Isouard, Lion en Joseph, de driekoppige leiding.

In 1938 werd een geheel nieuw ontwerp voor het Grand Théâtre gemaakt door Hamaker en Dinger. Dit ontwerp is echter nooit uitgevoerd. In 1940 ging het theater failliet. Op 27 maart van dat jaar vond de executieverkoop van het theater plaats, óp het toneel. Pas in 1946 werd het gesloopt.

Afbeelding Hoogduitsche Schouwburg

Hoogduitsche Schouwburg 67979.jpg

Gevel, lengtedoorsnede, dwarsdoorsnede, plattegronden van de Hoogduitsche Schouwburg. Tekening in o.i. inkt door Abraham van der Hart, ca. 1790.

Exterieur Grand Théâtre

Grand Théâtre 70369.jpg Grand Théâtre 69747.jpg

Links: Grand Théâtre, 1891. Aquarel door J.M.A. Rieke. Rechts: Grand Théâtre, 1903. Gewassen pentekening en aquarel door Herman M.J. Misset.

De voorgevel was vrij vlak en niet erg imposant. Voor de symmetrie waren er vijf voordeuren aangebracht, waarvan er echter twee niet echt waren. Bij de verbouwing van 1875 werd de voorgevel voorzien van een luifel en gaslantaarns. In 1887 werden op last van de brandweer aan de voorgevel brandtrappen aangebracht, die bij de grote verbouwing en grondige gevelwijziging van 1905 weer verdwenen. In de gevel werd een tegeltableau aangebracht met de jaartallen 1852-1905 en op de balkonrand van de eerste verdieping stond met grote letters Grand Théâtre.

Interieur

De Hoogduitsche Schouwburg had een ruim toneel, met een grote parterre, waarin negen rijen met groen laken beklede banken stonden. Alleen in de loges vond men stoelen. In de aangrenzende koffiekamer stonden twee kachels, die in de winter voor warmte in de loges zorgden. Het voorgordijn was beschilderd met een wolk waaruit zonnestralen schoten, met de tekst ‘spectemur agendo’ (bekijk ons in ons spel). Een bezoekende Duitser, die kort na de opening een voorstelling bijwoonde, meende: ‘Das Deutsche Schauspielhaus is nicht so grosz, auch nicht so prächtig wie das Französische. Das verändern der Szenen ging elend von Statten’. Van een indeling in rangen in de zaal was in 1867 nog geen sprake. Er stonden ondiepe, aaneengesloten leren banken met houten rugleuningen, met daarop witte nummertjes. De zaal had twee uitgangen: een links naar de straat en een aan de andere kant, via de koffiekamer/garderobe, vier treden hoger.

Bij de verbouwing van 1875 werd voornamelijk gestreefd naar het creëren van ruimte: de ingangen werden verbreed, de zuilen die het balkon droegen en veel van zicht op het toneel wegnamen, werden vervangen door slanke, gietijzeren pilaartjes, de orkestbak werd verdiept, het toneel werd vergroot en voorzien van een kap en ondermachinerie. Ook het publieksgedeelte werd flink uitgebreid van 800 naar 1100 plaatsen. Bij de verbouwing van 1905 ging veel aandacht naar het comfort van de bezoekers. Van de 1100 plaatsen waren er nog 667 over. Goud en rood pluche kregen de overhand.

Tumult in de Hoogduitsche Schouwburg

De Weense toneelschrijver, acteur en operazanger Johann Nestroy (1801-1862) trad in 1824 en 1825 in meerdere voorstellingen in de Hoogduitsche Schouwburg op. In zijn dagboek beschrijft hij diverse incidenten:

  • 3 juli 1824: Gisteren werd Miller ontslagen, daar hij weigerde de rol van Montigny te zingen.
  • 5 juli: Rosner zong in plaats van Miller de rol van Asiër. Bij het begin van de tweede acte ontstond, juist toen ik opkwam, een schrikbarend tumult onder het publiek. Toen Rosner opkwam werd het geraas nog heviger. Tenslotte kreeg het applaus van de medestanders onder het publiek van Rosner de overhand, en werden de fluiters door de politie weggevoerd.
  • 7 juli: [...] De toeschouwers waren zo furieus, dat de acteurs onder bescherming van de politie naar huis moesten worden gebracht.
  • 13 september: Opvoering van Der Barbier von Sevilla. Het theater was voor de eerste maal met gas verlicht.
  • 16 oktober: Demoiselle van Praag, een Israëlitische, speciaal geëngageerd door de heer Schütz, debuteerde als Ninette in Die diebische Elster van Rossini. Tijdens de opvoering werd herhaalde malen gefloten door de medestanders van demoiselle Langen. Sommige toeschouwers gaven kennelijk de voorkeur aan deze actrice. Maar de medestanders van demoiselle van Praag kregen de overhand, en de voorstelling eindigde met een geweldig applaus.
  • 23 october: De wanordelijkheden waren ditmaal niet te bezweren. Bij het begin van de 4e acte volgde een hevig gevecht. De voorstelling moest worden afgebroken. De muzikanten brachten zich op het toneel in veiligheid. Demoiselle van Praag werd van de schrik door een epileptische aanval getroffen. Het stadsbestuur sloot het theater voor acht dagen.

Externe Links

Premieres

Zie Category:Premieres Grand Théâtre, Amsterdam

Bronnen

  • Theaters in Nederland sinds de zeventiende eeuw. Redactie Bob Logger, Eric Alexander, Menso Carpentier Alting, Nico van der Krogt, Nathalie Wevers. Theater Instituut Nederland, 2007
  • Productiedatabase


Schrijf mee!

Wilt u deze pagina bewerken, corrigeren of aanvullen?

Iedereen kan eenvoudig meeschrijven aan de theatergeschiedenis op de Theaterencyclopedie. Hiervoor moet u ingelogd zijn op uw eigen account. Door eenmalig te registreren maakt u een eigen account aan. Helpt u mee de Theaterencyclopedie compleet te maken?

Fondsen en Partners