Uit TheaterEncyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Rosier Faasen.jpg


Rosier Faassen

NaamRosier Faassen
Volledige naamPieter Victor Jacobus Faassen
Geboren9 september 1833
's-Gravenhage
'Overleden2 februari 1907
Rotterdam
BeroepActeur, Schrijver
DisciplineToneel
'DBNL-profiel
VIAF-profiel

Biografie

Rosier Faassen (1833-1907) was een Nederlandse acteur en toneelschrijver. De vader van Faassen bezat in Den Haag een zaal waar feesten en partijen werden gegeven, maar was bovendien regisseur van de Franse Opera. Faassen leefde als kind dus al in de toneelwereld. Al snel richtte hij een toneelvereniging op en ging hij in de leer bij de decoratie- en stadsgezichtenschilder Bartholomeus Johannes van Hove, die in de Haagse Tekenacademie lessen gaf. De Franse opera was in die tijd zo achteruitgegaan dat de vader van Faassen zijn betrekking verloor; ook in de zaal Tivoli gingen de zaken slecht zodat hij besloot daar zelf een toneelgezelschap te vestigen en zijn zoon daarin opnam, die naast het acteren ook de meeste toneelstukken, uit het Frans, vertaalde. Toen ook deze zaak dreigde te mislukken kreeg de vader van Faassen een engagement als regisseur-administrateur aan de Vaudeville Français, waaraan de zoon als tweede komiek werd verbonden.

Theater/Dans

Loopbaan

Rosier debuteerde in het stuk Misanthropie et Repentir in 1850; na de dood van zijn vader bleef hij nog enige tijd als administrateur aan het gezelschap verbonden, toen het gezelschap uiteen viel en hij terecht kwam bij de firma Schoeman & Van Lier, waar hij van alles speelde, in blijspelen, drama's, spektakelstukken en opera's. In 1860 kwam Faassen bij Valois in Den Haag, waar Victor Driessens regisseur en eerste acteur was, en waar hij zestien jaar bleef. In 1876 viel het gezelschap uiteen (mede door de oprichting van Het Nederlandsch Tooneel) en verbond Faassen zich bij Le Gras & Haspels, nam enige tijd deel aan de afdeling Rotterdam van het Nederlands Toneel en trad daarna in de vennootschap die, behalve uit hemzelf, nog bestond uit Catharina Beersmans, Le Gras en de heren Jaap en Dirk Haspels en die sinds 1885 in de Eerste Schouwburg in Rotterdam speelde. Toneelstukken waarin Faassen speelde waren onder meer De Kiesvereniging van Stelledijk, Vorstenschool, Serge Panine, John Gabriël Borkman, De Militaire Willemsorde, enz.

Toneelschrijver

In 1866 schreef Faassen zijn eerste stuk, Het leren van Ceasar, zes jaar later volgde De Werkstaking; latere stukken waren onder meer Anne-Mie, Manus de Snorder, Zwarte Griet en Hannes. Deze stukken speelden zich meestal af in een eenvoudig milieu, onder burger- of boerenmensen, waarvan Faassen de gewoonten en eigenaardigheden naar voren liet komen. Twee van zijn stukken werden door een Engelse schouwburg-ondernemer gekocht, vertaald en in Londen opgevoerd (Anne-mie en De ledige wieg). Op 31 augustus 1896 werd Faassen benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Trivia

  • Gehuwd met Catharina Louise van Velsen op 8-7-1863 te Den Haag.
  • Ouders: Pieter Coenraad Faassen en Maria Ludwig.
  • Broer van Alexander Ferdinand Faassen (1839-1931).
  • Vader van Victor Albert Faassen en Paul Raphael Faassen.

De vader van Pieter Jacobus stond als Rosier Faassen bekend. Toen de zoon op zijn 19de de vader (na zijn dood in 1853) opvolgde in de Vaudeville Français in Amsterdam, bleef men de naam Rosier Faassen gebruiken. Vader Faassen was in Leiden geboren als Pieter Coenraad, een zoon van de timmerman Jacobus Faassen en de lakenwerkersdochter Judith Rosier. Van hun elf kinderen haalden mogelijk maar drie dochters en een zoon (Pieter Coenraad) de volwassen leeftijd. Al jong ging Pieter Coenraad de toneelwereld in, en voegde voor zijn toneelwerk zijn moeders naam Rosier aan die van zijn vader. Zo werd ‘Rosier Faassen’ zijn artiestennaam. Faassen was de broer van Alex Faassen sr.. Hij schreef een autobiografie onder de titel Mijn leven.

Bronnen