Kees van Iersel

Uit TheaterEncyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken


Biografie

Op 6 juli 1998 overleed Kees van Iersel, acteur, maar vooral regisseur. Kees van Iersel werd op 14 februari 1912 geboren in Oisterwijk. Daar regisseerde hij in de jaren dertig amateurs uit de leerlooierfabriek van zijn vader. In oktober 1933 ging hij naar het dansgezelschap van, de Duitse theatervernieuwer en choreograaf Kurt Jooss die in de anti-oorlogschoreografie De groene tafel speelde. Hier ontdekte Kees van Iersel de kaalslag in de theaterkunst: het weglaten van een illustratief decor, het suggereren in plaats van het illustreren van een omgeving en een klimaat in spel, beweging en sfeer.

Hij ging naar de Toneelschool, Amsterdam en debuteerde in 1942 bij het Gemeentelijk Theaterbedrijf Amsterdam. Na de oorlog speelde hij bij S.T.A.R.T. en A.T.G., onder leiding van Albert van Dalsum , August Defresne en Jo Sternheim. Ruim tien jaar, tot de opheffing, zou hij daar blijven.

In 1946 schreef Kees van Iersel een persoonlijk credo: 'Het theater zal actief moeten zoeken naar symbolen voor spel en scène die de verbeelding van het publiek van vandaag activeren en richting geven. In ieder geval zal het theater zich los dienen te maken van het dodende ideaal der natuurlijkheid.'

In 1953 ging hij samen met Rob de Vries naar Arnhem en stichtte daar Toneelgroep Theater. De samenwerking met Rob de Vries duurde kort, want hij vertrok van daar wegens ziekte en artistieke meningsverschillen. Kees van Iersel zocht zijn toevlucht tot de televisie, waarvoor hij belangwekkende regies deed van 1955 tot 1962 bij de VARA-televisie. Intussen richtte hij de Toneelwerkgroep Test op, waarmee hij met acteurs-vrijwilligers voor het eerst in Nederland avant-garde-repertoire bracht. Hij richtte zich op margetheater. De groep speelde in 1956 De Waag, waarbij de regisseur en passant ook de uitvinder werd van het locatietheater, en in La Gaité, Amsterdam, het voormalige cabaret in Tuschinski. Tot de voorstellingen behoorde De knop, Harry Mulisch’eerste toneelstuk, dat bij een opvoering in Brussel tot vechtpartijen tussen voor- en tegenstanders leidde.

In 1961 werd hij artistiek leider van Toneelgroep Studio, een gewoon spreidingsgezelschapje tot dan toe. Van Iersel transformeerde het tot het meest vooraanstaande avantgardistische toneelgezelschap van Nederland. Tot 1970 speelde hij in de De Brakke Grond - naar eigen inzichten verbouwd tot een modern theater - onder anderen Jean Genet, Samuel Beckett, Eugène Ionesco, Fernando Arrabal, Jean-Claude van Itallie en stimuleerde Nederlandse auteurs tot het schrijven voor zijn gezelschap. Kees van Iersel herontdekte de kracht en de intimiteit van de kleine zaal. Van Iersel is de Nederlandse grondlegger van het zogeheten 'vlakkevloertheater', hij is met volle overgave het gevecht tegen het lijsttoneel begonnen. Toen in 1970 ook bij Studio het streven naar democratisering de kop op stak, hield Van Iersel het voor gezien en stapte op. Nadien regisseerde hij uitsluitend nog voor televisie. Hij maakte in de jaren zeventig nog een televisieserie van Merijntje Gijzen en (in 1976) een gedenkwaardige tv-bewerking van A. Alberts' De vergaderzaal. Jaren later zou alleen Frans Strijards hem nog vragen voor een regie. Kees van Iersel, die Strijards zeer bewonderde, was toen al bijna tachtig. Van de plannen om bij Art & Pro nog Toneelgroep De Appel te regisseren is uiteindelijk niets meer gekomen. Kees van Iersel werd 86 jaar.

Theater

Een alfabetisch overzicht van de voorstellingen die in première zijn gegaan en waarin hij is opgetreden en voorzover geregistreerd in de Productiedatabase

Idem de voorstellingen met een choreografie van hem

Idem de voorstellingen die hij heeft geregisseerd

Idem de voorstellingen waarbij hij geregistreerd werd als auteur

Idem voor de bewerkingen van bestaande teksten en stukken

Idem voor de vertaling

Idem voor de muzikale leiding

Idem voor het decor

Idem voor de kostuums

Idem voor het licht

Overig

  • Kees van Iersel was gehuwd met danseres Riëmke van der Voort (Anna Riemskaja).
  • Kees van Iersel had constructieve ideeën over het Nederlandse toneelbestel. In 1967 en in 1970 heeft hij plannen gelanceerd om de subsidiestructuur voor de vaderlandse podiumkunsten los te krikken. Hij was van plan om van het Nederlandse toneel één coöperatieve vereniging van artistiek, zakelijk en technisch personeel, verdeeld over elf gezelschappen, waarin gelijke basissalarissen worden betaald, door de rijksoverheid gesubsidieerd. De lagere overheden (provincies en gemeenten) zouden dan productiefondsen moeten maken, waardoor het produceren van toneel mogelijk zou worden. De grote gezelschappen en de schouwburgdirecteuren waren niet eens met dit plan en het niet uitgevoerd.

Bronnen

Schrijf mee!

Wilt u deze pagina bewerken, corrigeren of aanvullen?

Iedereen kan eenvoudig meeschrijven aan de theatergeschiedenis op de Theaterencyclopedie. Hiervoor moet u ingelogd zijn op uw eigen account. Door eenmalig te registreren maakt u een eigen account aan. Helpt u mee de Theaterencyclopedie compleet te maken?

Fondsen en Partners