Canon:1973 - Hans van Manen als huischoreograaf naar Het Nationale Ballet

Uit TheaterEncyclopedie
(Doorverwezen vanaf Canon:1973)
Ga naar: navigatie, zoeken
NB: De onderstaande tabel is alleen zichtbaar voor beheerders van de TE en dient voor het semantisch vastleggen van een op deze pagina betrekking hebbende "Gebeurtenis" (plus bijbehorende info) op een "Tijdlijn"; de gebeurtenis en bijbehorende informatie kan zo (o.a.) weergegeven worden in de "slides" van een tijdlijn.



Gebeurtenis
Titel: Hans van Manen als huischoreograaf naar Het Nationale Ballet
Afbeelding: media:TIN002006677_001.jpg
Datum: 1973-08-01
Beschrijving: Rudi van Dantzig, sinds twee jaar artistiek leider van het gezelschap, biedt hem een contract aan. Er breken gouden jaren aan.
Tijdlijn(en): Tijdlijn van het Nederlands Theater
Perso(o)n(en): Hans van Manen, Rudi van Dantzig, Toer van Schayk
Productie(s):
Gezelschap(pen): Het Nationale Ballet
Theater(s):

Canonlogo.jpgHans van Manen als huischoreograaf naar Het Nationale Ballet

Rudi van Dantzig, sinds twee jaar artistiek leider van het gezelschap, biedt hem een contract aan. Er breken gouden jaren aan.

In 1971 neemt choreograaf Rudi van Dantzig de artistieke leiding van Het Nationale Ballet over van Sonia Gaskell. Hij zet haar beleid in grote lijnen voort: een repertoire van negentiende - en twintigste-eeuwse meesterwerken, dat hij vooral uitbreidt met nieuwe werken van George Balanchine. Daarnaast wil hij de totstandkoming van werk van eigen bodem stimuleren. Om dat laatste te bereiken wordt in 1973 Hans van Manen als huischoreograaf gecontracteerd. Het betekent het begin van de gouden jaren van dit gezelschap.

De drie ‘Vans’

Omdat ook de solist/vormgever Toer van Schayk zich intussen als choreograaf heeft ontpopt, beschikt Het Nationale Ballet met de aanstelling van Hans van Manen ineens over drie Nederlandse choreografen van formaat. De drie ‘Vans’, zoals ze in de danswereld worden genoemd, scheppen gedurende (bijna) twintig jaar een ijzersterk repertoire. Dat repertoire bestaat aan de ene kant uit de heldere en afgewogen, abstracte, neoklassieke choreografieën van Van Manen, die al snel de Mondriaan van de Nederlandse dans wordt genoemd. Aan de andere kant staan de psychologische, vaak sombere humanistisch-expressionistische balletten van Van Dantzig. Toer van Schayk bevindt zich met zijn plastische bewegingstaal daar ergens tussenin.

De drie 'Vans': V.l.n.r. Hans van Manen, Rudi van Dantzig en Toer van Schayk. Foto: Particam Pictures/MAI. Collectie TIN

De meesterwerken van Van Manen

Hans van Manen creëert in korte tijd een groot aantal meesterwerken. Naar aanleiding van Adagio Hammerklavier (1973) roept de dansrecensent Anton Koolhaas het publiek op om deze eigentijdse dansklassieker toch vooral te gaan zien: ‘wie hieraan voorbij gaat, doet schade aan zijn ziel’. Maar ook met Twilight (1972), 5 tango’s (1977) en Live/Life (1979), een ballet voor een danseres (Coleen Davis), een danser (Henny Jurriëns) en een cameraman (Henk van Dijk), weet Van Manen vriend en vijand te imponeren.

Hans van Manen. Foto: Hans Gerritsen. Collectie TIN Adagio Hammerklavier. Rachel Beaujean en Leo Besseling. Foto: Jorge Fatauros. Collectie TIN Affiche voor onder meer Adagio Hammerklavier en Vijf Tango’s, 1981. Ontwerper onbekend. Collectie TIN Vijf Tango’s. Met o.a.: Wade Walthall, Valerie Valentine, Stephen Baranovics, Rachel Beaujean, Clint Farha, Sonja Marchiolli, David Loring, Mea Venema. Foto: Jorge Fatauros. Collectie TIN

Een Nederlandse versie van Het Zwanenmeer

Toer van Schayk komt in 1974 met Pyrrische dansen, een ballet dat in een periode van zes jaar zal uitgroeien tot een indrukwekkend drieluik over de vernietigingsdrang van en de angst binnen de Westerse beschaving. Rudi van Dantzig, die zich in 1967 en 1974 al met een eigen, door Van Schayk vormgegeven versie van Romeo en Julia presenteerde, legt in 1988 zijn meesterproef af: hij maakt een Nederlandse versie van het negentiende-eeuwse meesterwerk Het Zwanenmeer op muziek van Pjotr Iljitsj Tsjaikovski. De choreograaf interpreteerde het grondgegeven van het ballet (de jongen die een bruid moet zoeken maar daar niet in slaagt) als een afspiegeling van het leven van de Russische componist die, naar men vermoedt, homoseksueel was.

Pyrrische dansen, 1974. Foto: Jorge Fatauros. Collectie TIN. Olga de Haas en Sylvester Campbell in Het Zwanenmeer. Foto: Maria Austria/MAI, 1973. Collectie TIN.

Gouden jaren

Het zijn niet alleen de drie choreografen die deze periode tot de Gouden jaren van Nederlands grootste dansgezelschap maken. In 1971 wordt het danspaar Alexandra Radius en Han Ebbelaar aangetrokken; samen met Sonja Marchiolli, Monique Sand, Francis Sinceretti en Henny Jurriëns vormen zij een hechte groep solisten die de huischoreografen inspireren bij hun werk.

De danser die het meest in het oog springt, is Clint Farha. Zijn bewegingen hebben een dierlijke kwaliteit en zijn atletische verschijning markeert de opkomst van de mannelijke danser in het ballet. Niet langer lijkt hij vooral op het podium te staan om zijn vrouwelijke partner te ondersteunen; de danser neemt een eigen plaats in als een zelfverzekerde interpretator van de choreografie en als dansatleet.

Ook internationaal breekt Het Nationale Ballet door. Vooral de samenwerking van Rudi van Dantzig met het Russische dansfenomeen Rudolf Nurejev, die als gast onder meer schittert in Van Dantzigs Monument voor een gestorven jongen, opent voor Het Nationale Ballet de deuren van podia over de hele wereld.

Affiche voor Het Nationale Ballet met onder meer Monument voor een gestorven jongen met Rudolf Nurejev, 1968. Ontwerper onbekend. Collectie TIN Rudolf Nurejev tijdens de repetitie van Monument voor een gestorven jongen, 1968. Midden: Rudolf Nurejev. Rechts: Rudi van Dantzig. Foto: Nationaal Foto Persbureau. Collectie TIN


Dit is één van de canonteksten. Voor meer informatie zie: Canon van het Theater in Nederland