Alex de Haas
Uit Theaterencyclopedie
| Alex de Haas | ||
| Algemene informatie | ||
| Geboren | Rotterdam, 24 juni 1896 | |
| Overleden | Rotterdam, 04 januari 1973 | |
| Land | Nederland | |
| Beroep | Cabaretier | |
Inhoud |
Biografie
Geboren: Nederveen, Alexander
Alex de Haas was een zoon van de karakterkomiek Nico de Haas. Na een opleiding voor schilder/tekenaar aan de Rotterdamse Akademie voor Beeldende Kunsten werd Alex de Haas gemobiliseerd. Gedurende de mobilisatie organiseerde hij een soldatencabaret. Tijdens een optreden bij Lou Bandy ontdekte Jean-Louis Pisuisse hem. Geïnspireerd door Pisuisse, bij wie de Haas vervolgens jarenlang werkte, ontwikkelde hij zich en veroverde hij zich een geheel eigen plaats. Na Pisuisse werd hij huisconferencier van Theater Tuschinsky (samenwerking met Max Tak). Sinds 1927 onderhield Alex de Haas hechte banden met de AVRO (Bonte Dinsdagavondtrein, Schatten der Toenkunst). In 1966 vierde Alex de Haas zijn gouden toneeljubileum in Tuschinsky. Hierna ging hij zich geheel aan het verzamelen van alles wat met het amusementsbedrijf te maken had wijden. Mede door zijn publikaties over Eduard Jacobs en Koos Speenhoff mag Alex de Haas gelden als de eerste Nederlandse kleinkunsthistoricus. (Bron Nederlands Theaterjaarboek).
Alex de Haas bezocht de MULO, de Rotterdamse Tekenacademie, leerde viool- en pianospelen, was enige tijd leerling-vioolbouwer en fotograaf, maar werd tijdens de mobilisatie (1914) chansonnier en conferencier. Jean Louis Pisuisse zag hem bij Lou Bandy en vroeg hem voor zijn cabaret. Na jaren bij Pisuisse gewerkt te hebben werd hij huisconferencier van Theater Tuschinsky (in samenwerking met Max Tak) en begon hij langzamerhand mee te werken aan radiouitzendingen van de AVRO. Hij maakte tal van radio-revues, schreef talloze liedjes, vervaardigde draaiboeken voor films ("Het meisje met de blauwe hoed") en publiceerde frequent over de Nederlandse kleinkunst. In 1966 vierde hij in Tuschinsky zijn gouden jubileum, waarna hij zich geheel wijdde aan het verzamelen van alles wat met amusement te maken had. Als kleinkunsthistoricus tekende hij voor boeken over Eduard Jacobs ("De minstreel van de mesthoop", 1958) en Koos Speenhoff ('"t Was anders", 1971). Karakterkomiek Nico de Haas was zijn vader.
Theater/Dans
Voor een overzicht van alle voorstellingen zie: Alle voorstellingen van Alex de Haas
Film
TV
Overig
Trivia
Externe Links
Bronnen
- Acteurs- en Kleinkunstenaars-Lexicon van Piet Hein Honig, 1984
- TIN Productiedatabase
